Overzicht Principes en Themas

ArchiMate-modellen > MIRA-OP > Views > Overzicht Principes en Themas
Overzicht Principes en Themas
Transparantie is een belangrijk thema voor de hele (rijks)overheid. Denk aan de gevolgen van de Kinderopvangtoeslag affaire, De wet Open Overheid, project Informatiehuishouding Rijk en niet te vergeten de AVG. Ook voor de migratieketen is dit een belangrijk thema voor de komende jaren. In navolging van de burger, is het doel om ook de vreemdeling meer inzicht te geven in zijn gegevens en de status van zijn zaken. (Grouping) Thema 1: Transparantie voor de vreemdeling De migratieketen bestaat uit meerdere ketenpartners met allemaal hun eigen processen en procedures. Een vreemdeling kan op enig moment met meerdere ketenpartners te maken hebben. De informatievoorzieningen in de keten worden dusdanig ingericht dat de vreemdeling en de gemachtigde(n) te allen tijde kunnen zien in welke procedures de vreemdeling zich bevind en wat hiervan de status is. Ook dit is een vorm van transparantie naar de vreemdeling. Vreemdelingen, met name diegenen die langere periode in Nederland verblijven, kunnen in een kluwen van processen zitten. Soms sequentieel, soms parallel met ook nog de mogelijkheid van rechtsmiddelen per procedure. Naast de actuele status dient de vreemdeling ook terug te kunnen kijken naar de proces(stappen) die reeds zijn voltooid. (Principle) De vreemdeling kan op elk moment de eigen procedure(s) en bijhorende status digitaal inzien Relevante persoonsgegevens die in de keten vastgelegd en gebruikt worden zijn eenvoudig door de vreemdeling te vinden en over de keten heen op uniforme wijze in te zien. Dit zijn dezelfde gegevens als door de ketenpartners in de processen worden gebruikt. De toegang tot de eigen persoonsgegevens vloeit voort uit het recht dat de vreemdeling ontleent aan artikel 15 van de AVG. Het is aan de ketenpartner om te bepalen welke persoonsgegevens relevant zijn om actief te ontsluiten naar de vreemdeling en welke opgevraagd moeten worden. Dit beredeneerd vanuit het perspectief van de vreemdeling. Naast inzage heeft de vreemdeling ook het recht om een goed onderbouwd verzoek te doen om actuele gegevens te laten wijzigen. Dit verzoek moet worden behandeld door de ketenpartner die het gegeven heeft geregistreerd (NB En in het geval van gegevens die uit de BRP komen loopt dit via de desbetreffende gemeente). Tot slot heeft de vreemdeling recht om in te zien wie zijn of haar persoonsgegevens allemaal heeft ingezien en waarvoor. In sommige situaties (opsporing, gedragsinformatie, etc.) worden er echter persoonsgegevens vastgelegd waarbij het niet opportuun of niet toegestaan (Zeker in de gevallen waarbij aan strafrecht wordt geraakt en de wet politiegegevens (Wpg) of de wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (wjsg) van toepassing kan zijn ipv. de Avg) is deze voor inzage ter beschikking te stellen. (Principle) De vreemdeling kan op uniforme digitale wijze de eigen persoonsgegevens in de keten inzien en verzoeken om deze te laten wijzigen De migratieketen bestaat uit een aantal ketenpartners die elk hun eigen processen en deelprocessen uitvoeren voor de vreemdeling. Denk aan behandelen van een asielaanvraag door de IND; het uitvoeren van het I&R-(deel)proces door de Politie en het opvangen van asielzoekers door de COA. Zeker in de kleine keten, maar ook breder geldt dat deze processen vaak afhankelijk zijn van elkaar. Opvangsoort (POL, COL, AZC) verandert naar gelang de asielprocedure, een uitzetting kan soms pas doorgaan als de uitspraak door de Raad van State is geweest, als het identificatie & registratieproces stokt, dan stokt ook de verdere doorstroom in het asielproces en de opvang. Het is een uitdaging om voldoende doorstroming (oftewel ‘flow’) in de keten te krijgen, zodat de vreemdelingen zonder opstopping door de verschillende processen ‘stromen’. Zo worden doorlooptijden verkort, gaat de doelmatigheid omhoog en de foutenlast omlaag. Met name in het asielproces, met variabele instroom en soms stokkende uitstroom is dit van belang. Dit is een bekend principe uit de logistiek, waarbij ‘tussenvoorraden’ tussen de verschillende (deel)processen worden voorkomen en er bijvoorbeeld met een “pull-systematiek” (“kanban”) in de keten wordt gewerkt. Met dien verstande dat we het hier wel over mensen hebben en de menselijke maat te allen tijde belangrijk blijft. Deze ketenarchitectuur gaat echter niet over de bedrijfsvoering van de ketenpartners, maar over de samenwerking in de keten. Daarom kiezen we bij dit thema voor een meer decentrale insteek op basis van het delen van informatie. Deze vorm van regie past beter bij de inrichting en aansturing van de keten met daarin de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de ketenpartners. Door optimaal gegevens te delen tussen de ketenpartners over de (status van) processen en de vreemdelingen, ook op geaggregeerd niveau, werken we een van de belangrijkste belemmeringen om tot een goede flow in de keten te kunnen komen weg. Op de juiste manier acteren op deze informatie is dan een verantwoordelijkheid van de individuele ketenpartners zelf. Het doel ‘Grip op migratie’ heeft een afwijkende kleur. Dit komt omdat deze niet rechtstreeks uit het [[overzicht van businessuitdagingen bij de ketenpartners]], maar uit het regeerakkoord komt. (Grouping) Thema 2: Gestroomlijnd Samenwerken Dit principe geeft aan dat er informatie vergaard en geaggregeerd wordt ten behoeve van de tactische- en strategische stuurinformatie voor de keten. Dit kent meerdere vormen. Het doel is de informatievoorziening ten behoeve van ketenbrede vraagstukken. Ketenpartners kunnen deze informatie ook gebruiken voor de sturing op de eigen bedrijfsprocessen. Deze managementinformatie moet worden gegenereerd op basis van de gegevens uit de bronsystemen. Dit kan enerzijds in de vorm van enkele voorgedefiniëerde informatieproducten (op basis van de behoefte) en anderzijds door een omgeving met geanonimiseerde informatie (datawarehouse) waarmee maatwerk rapportages gemaakt kunnen worden. Het is van belang dat de informatieproducten worden gemaakt op basis van gegevens die uit de bron betrokken worden, met zo weinig mogelijk, transparante bewerkingsslagen er tussen. Ook voor het data warehouse is het werken volgens de geest van het principe ‘data bij de bron’ belangrijk; dwz. dat het warehouse word ingericht en gebruikt als ‘middel’ om de brongegevens te ontsluiten. Omwille van privacy is sturingsinformatie niet herleidbaar naar natuurlijke personen. Tevens is het niet het doel om deze data in te zetten voor operationele doeleinden. (Principle) De keten meet wat nodig is voor sturing over de keten In een keten waarbij partijen samenwerken, kan een verstoring in een ketenvoorziening of in de informatieverstrekking door een ketenpartner een grote impact hebben op de andere partners in de keten. Dit kan nooit helemaal voorkomen worden. We moeten in de migratieketen echter proberen te voorkomen dat een verstoring in een ketenvoorziening of bij één bepaalde ketenpartner of ketenvoorziening impact heeft op alle ketenpartners en daarmee de hele keten stil legt. Het is dus nodig dit aspect mee te nemen in het ontwerp en inrichting van ketenvoorzieningen en informatie-uitwisselingen in de keten. Hierdoor zorgen we voor een robuuste keteninformatievoorziening. (Principle) De keteninformatievoorziening is robuust Hoewel de migratieketen een ingeburgerd begrip is, zijn we een netwerk van onafhankelijke organisaties, elk verantwoordelijk voor hun eigen taken, doelen en bedrijfsprocessen. Wel werken we samen “in de keten”, maar het grootste deel van de verantwoordelijkheden, zo niet alle, ligt bij een aanwijsbare individuele organisaties. De keten levert ook geen diensten aan de vreemdeling. Dat doen de individuele ketenpartners. Maar ook wanneer twee of meer ketenpartners samenwerken in een bedrijfsproces, betekent dat niet dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is. Er altijd een aanwijsbare verantwoordelijke voor elk bedrijfsproces. Het is wel de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle ketenpartners om goede afspraken te maken over de onderlinge afhankelijkheden tussen de bedrijfsprocessen. Hierbij moet worden gestreefd naar ‘minimale’, maar goed gedefinieerde wederzijdse afhankelijkheden, op basis van vooraf gestandaardiseerde diensten of gebeurtenissen. De bijdrage van de andere ketenpartner aan een bedrijfsproces kan bijvoorbeeld worden beschouwd en aangestuurd als het afnemen van een dienst. Of een gebeurtenis uit het een bedrijfsproces vormt een trigger voor een ander bedrijfsproces. Hierdoor neemt de wendbaarheid en robuustheid van de keten toe. (Principle) Het beheersen van de wederzijdse afhankelijkheid is een gezamenlijke plicht Door adequaat gegevens te delen tussen ketenpartners, zorgen we dat de juiste gegevens op het juiste moment beschikbaar zijn en werken we één van de belangrijkste belemmeringen voor het gestroomlijnd kunnen samenwerken weg. Met ‘benodigd’ wordt bedoeld dat de op te vragen gegevens (aantoonbaar) benodigd zijn in het vragende proces; dat hiervoor doelbinding is vanuit het opvragende proces en dat er niet teveel en geen overbodige gegevens opgevraagd worden (dataminimalisatie). Met ‘het juiste moment’ wordt bedoeld dat de gegevens direct wanneer nodig opgevraagd kunnen worden bij een andere ketenpartner of ketenvoorziening. Dit stelt enerzijds eisen aan het mechanisme om gegevens uit te kunnen wisselen, maar vereist anderzijds ook een bredere verandering in de samenwerking, waarbij we in de keten toewerken naar gegevensdeling ‘by design’. Dit betekent dat we bij het realiseren van de opslag van relevante gegevens voor eigen gebruik direct al rekening houden met het toekomstig kunnen delen hiervan. Door deze gegevens goed te standaardiseren en beschrijven, zodat ze middels een catalogus naar de keten gepubliceerd kunnen worden, wordt de drempel voor het hergebruik van gegevens door andere ketenpartners binnen de keten (mits deze beschikken over de juiste doelbinding) verlaagd. (Principle) De benodigde informatie is op het juiste moment beschikbaar De “migratieketen” is gedefinieerd als een samenwerkingsverband van ketenpartners dat taken uitvoert in het kader van de vreemdelingenwet 2000. Deze nationale juridische kaders staan niet op zich, maar zijn en worden in toenemende mate onderdeel van een groter Europees stelsel met juridische kaders. Europese verordeningen en afspraken op het gebied van asiel, migratie en grenzen (en de doorwerking ervan in nationale wetgeving) worden steeds belangrijker. Denk aan het Migratiepact of de verordeningen onder Grenzen en Veiligheid (die verwerkt worden in de invoeringswet grenzen en veiligheid). Dit heeft ook impact op de ketensamenwerking. De migratieketen is geen eiland op zich, maar staat steeds meer in verbinding met Europese systemen en Europese partners, meestal via Europese standaarden. Interoperabiliteit met Europa is dan ook een belangrijk thema voor de migratieketen in de komende jaren. In het European Interoperability framework (EIF) zijn er 4 niveaus van interoperabiliteit: legal, organisational, semantic en technical interoperability. In deze ketenarchitectuur richten we ons met name op de semantische en technische interoperabiliteit met Europese standaarden en voorzieningen. (Grouping) Thema 3: Klaar voor Europese Samenwerking Als keten sluiten we vanuit diverse bedrijfsprocessen bij de ketenpartners aan op Europese voorzieningen of andere landen. Het aansluiten via één centraal punt met helder gedefinieerde koppelvlakken is efficiënter qua tijd en kosten voor de gehele migratieketen en biedt andere voordelen door het centraliseren van transformatie, orkestratie en validatiefuncties. Ook at design-time, dwz. bij het opstellen van de specificaties en het implementeren van de voorzieningen participeren we als keten gecoördineerd en gestandaardiseerd: we spreken met één stem richting Europa en we sluiten op één manier aan. (Principle) De keten sluit gestandaardiseerd aan op de Europese voorzieningen Flexibiliteit, wendbaarheid, adaptief vermogen: allemaal termen om aan te geven dat de keteninformatievoorziening voorbereid moet zijn op wijzigingen in processen, standaarden of systemen uit Europa. Dit kan in de vorm van nieuwe verordeningen of nieuwe EU-databases, maar ook bv. door nieuwe bilaterale gegevensuitwisselingen in lidstaten. Of een ander gebruik van bestaande systemen of uitwisselingen voor een nieuwe beleidsprioriteit. Uiteraard is het onmogelijk om op alles voorbereid zijn. Het is echter wel mogelijk om systemen zo te ontwerpen dat aanpassingen makkelijk gedaan kunnen worden (‘build for change’) en te zorgen dat ketensystemen actief onderhouden worden zodat dat wijzigingen vlot kunnen worden doorgevoerd, en niet eerst nog een technische schuld weggewerkt moet worden. Hoewel dit de afgelopen jaren met name relevant is geworden in relatie tot de Europese ontwikkelingen is dit eveneens relevant voor wijzigingen die vanuit andere hoeken op de migratieketen af komen, denk hierbij aan onder andere de Nederlandse politiek en rechtspraak. (Principle) De keten heeft het adaptief vermogen om in te spelen op (Europese) veranderingen De keteninformatievoorziening staat niet op zich, maar maakt deel uit van een breder Europees stelsel. Door dit Europese perspectief als uitgangspunt te nemen wordt samenwerking in Europa eenvoudiger en kost het implementeren van nieuwe wijzigingen minder inspanning. Dit betekent niet dat we alles kunnen of willen overnemen. Soms is koppelen door te ontkoppelen ook een goede strategie. Europa gaat bijvoorbeeld anders om met Identiteiten dan Nederland (Europa kent geen leidende identiteit). (Principle) De keteninformatievoorziening wordt ontwikkeld in lijn met het breder Europees geheel In de migratieketen wordt keteninformatievoorziening nog vaak benaderd als het automatiseren van een keten, een stroom van (papieren documenten met) gegevens die van de ene naar de andere ketenpartner gestuurd moesten worden. Nu het digitaliseren van de bestaande papieren stromen wel min of meer bereikt is, is het tijd voor een volgende stap, waarin de keteninformatievoorziening (dwz. de ketenvoorzieningen en de informatieuitwisselingen) van de keten meer het karakter krijgt van een virtueel informatieplatform dat (gegevens)diensten biedt die ketenpartners kunnen gebruiken in het realiseren van de eigen processen, diensten en systemen. Door gebruik te maken van de diensten van dit virtuele informatieplatform, kunnen ketenpartners sneller en makkelijker systemen en processen realiseren. Hierbij bedoelen we nadrukkelijk niet één technisch platform voor alle ketenpartners, maar een virtuele verzameling van gegevensdiensten die door de ketenvoorzieningen, ketenpartners en derden worden aangeboden. Door gebruik van moderne uitwisselingsstandaarden, maakt het niet meer uit waar de diensten gerealiseerd worden om ze gezamenlijk te kunnen gebruiken. Ook standaarden en voorzieningen op overheidsniveau bieden functies en standaarden die hergebruikt kunnen worden. Zie de standaardenlijst van het forum standaardisatie of de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Vanuit het perspectief van een ketenpartner verschuift het paradigma van de keteninformatievoorziening hiermee van het verplicht aansluiten op ketenvoorzieningen naar het verzamelen en aanbieden van functionaliteit en gegevens om op door te bouwen. Door als ketenpartner volgens dit paradigma te werken en daarmee gebruik te maken van generieke en elkaars gegevens, wordt ook, min of meer vanzelf, de samenwerking in de keten verbeterd. De aandacht in de ketensamenwerking verschuift als gevolg van dit thema van het digitaliseren van gegevensstromen (per interactie gegevensstromen analyseren en digitaliseren) naar het standaardiseren van gegevens (proactief gegevens definiëren/standaardiseren en beschikbaar stellen aan ketenpartners). Het doel ‘kostenefficiënte keteninformatisering’ heeft een andere kleur. Heel belangrijk, maar wellicht zo voor de hand liggend dat het niet rechtstreeks uit de gesprekken naar voren is gekomen. (Grouping) Thema 4: Van Keten naar informatieplatform De door de ketenvoorzieningen aan ketenpartners aangeboden diensten vormen een soort menukaart die een ketenpartner op eigen tempo kan gebruiken in de eigen processen en systemen. Dit in eigen tempo kunnen aansluiten op de ketenvoorzieningen wordt ook gezien als één van de grootste succesfactoren in de huidige migratieketen. Eigen tempo is echter niet onbeperkt. Te lang wachten met migreren naar een nieuwe standaard of gebruik maken van nieuwe complexiteit vergroot de beheerlast voor de rest van de keten en de ketenvoorzieningen en hindert het adaptief vermogen. Uitgangspunt voor koppelvlakken is dus dat maximaal de huidige + de vorige versie (n-1) worden ondersteund. Dat er een termijn voor de ondersteuning van versie (n-1) wordt afgesproken. En dat ketenpartners bij het herzien van koppelingen of grote wijzigingen aan het systeem migreren naar de actuele versie. (Principle) De keten maakt afspraken over de levenscyclus van de keteninformatisering Gebruik van gegevens en functionaliteit in de keten geschiedt door een standaard uitwisselingsmechanisme en bijbehorende technologie. Bedoeld wordt een standaard uitwisselingsmechanisme in de breedste zin dus inclusief standaard mechanismes rondom de berichtuitwisseling, zoals authenticatie, reliable messaging.. Dit standaard uitwisselingsmechanisme moet kunnen werken met actuele gegevens direct uit de bron. (Principle) De keten hanteert een standaard uitwisselingsmechanisme De migratieketen is geen eiland, maar speelt een rol in een breder netwerk van (overheids)partijen. Diverse partners uit de migratieketen maken deel uit van één of meerdere andere ketens. Binnen en buiten het justitiedomein. Daarom is het van belang dat overheidsbrede afspraken, standaarden en voorzieningen optimaal door de keten en de ketenpartners hierin hergebruikt worden. Deze afspraken, standaarden en voorzieningen zijn er niet voor niets. Het scheelt eigen beheer en verhoogt de interoperabiliteit buiten de keten en het vereenvoudigt het overleg tussen ketenpartners. (Principle) De keten maakt optimaal gebruik van overheidsbrede afspraken, standaarden en voorzieningen In de keten is het noodzakelijk om te weten welke functionaliteit en diensten door de ketenvoorzieningen geboden wordt. Tevens is het belangrijk dat deze voorzieningen goed zijn afgebakend, met helder doel en functie en scherp gedefinieerde koppelvlakken. Dit om te voorkomen dat de verschillende componenten te afhankelijk van elkaar worden en niet meer los aangepast of vervangen kunnen worden. (Principle) De ketenvoorzieningen zijn modulair opgebouwd en hun rol en functie is duidelijk Samenwerken in de keten doen we primair langs de lijn van het uitwisselen van informatie, dwz. betekenisvolle gegevens. Het is belangrijk dat de basis hiervoor, een goede gegevenshuishouding, binnen de keten op orde is. Hierdoor is het duidelijk wie verantwoordelijk is voor welke gegevens; waar deze te halen zijn en wat de betekenis van deze gegevens is. De betekenis van de gegevens voor de andere ketenpartners is hiermee ook duidelijk en er kan dus worden gesproken over het delen van informatie. (Grouping) Thema 5: Gegevenshuishouding van de keten op orde Elk gegeven wordt geregistreerd door een ketenpartner van de keten. In principe diegene die een gegeven geregistreerd heeft de eigenaar van en verantwoordelijke voor dat gegeven en dus ook de enige organisatie die het mag aanpassen dan wel verwijderen. Is er twijfel aan de juistheid van een gegeven, dan moet er worden teruggemeld aan de eigenaar. Uitzondering in de migratieketen zijn wellicht de identiteitsgegevens van een vreemdeling in de BVV. Zie aandachtspunt en verdere uitwerking in Informatiearchitectuur. Verantwoordelijkheid voor een gegeven verandert niet wanneer het door een andere ketenpartner wordt gebruikt. Ook niet wanneer er op een gegeven is teruggemeld en wanneer het is gewijzigd. Soms is er echter sprake van een waarneming van een nieuw feit en dus een nieuw gegeven. Een gegeven staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een administratie/registratie. Het is belangrijk om altijd te weten uit welke registratie een gegeven afkomstig is. En hoe de verantwoordelijkheden rondom die registratie zijn belegd. Dan zijn de verantwoordelijkheden voor het gegeven helder. (Principle) Elk gegeven heeft een verantwoordelijke Gegevens ontstaan in de context van een bedrijfsproces. Om hergebruik in de keten te bevorderen is het echter noodzakelijk dat deze gegevens gebruikt kunnen worden in andere bedrijfsprocessen, bij andere ketenpartners, dwz. in een heel andere context. Het is daarom noodzakelijk dat deze gegevens ‘as-is’ te gebruiken en begrijpen zijn. De betekenis dient dus op basis van de gegevens en het bijbehorende begrippenkader eenduidig te zijn. Uitgangspunt is proces-IT onafhankelijkheid van de ketenautomatisering. Een uniform begrippenkader over de keten heen is hiervoor onontbeerlijk. Dit gaat verder dan een woordenlijst van de belangrijkste begrippen: ook de relaties tussen de begrippen moeten worden beschreven. Dit moet op verschillende lagen: van een conceptueel model op het hoogste niveau, waarmee mensen uit de business elkaar begrijpen tot fysieke gegevensmodellen, waaraan in iedere gegevensuitwisseling gerefereerd kan worden. Dit principe gaat over het geheel van deze modellen. Een effectief begrippenkader ontstaat alleen als aandacht is besteed aan de modellen op al deze niveaus. Daarnaast is het essentieel dat er in de gegevensuitwisseling en systeemontwikkeling ook daadwerkelijk actief gebruik gemaakt wordt van dit uniforme begrippenkader. (Principle) De keten werkt met een uniform begrippenkader In de keten werken we met actuele gegevens die direct uit de bron worden opgehaald (pull principe). Tenzij expliciet anders aangegeven (bv. bij het opvragen van historische gegevens), mag er vanuit worden gegaan dat alle gegevens actueel zijn. Gegevens die worden uitgewisseld zijn ook altijd gestructueerd; dwz. goed gedefinieerd (zie principe 5A) en getypeerd. De ketenpartner die een gegeven nodig heeft is verantwoordelijk voor het ophalen van het gegeven. (Principle) De keten werkt op basis van gestructureerde gegevens direct uit de bron Iedere ketenpartner is zelf verantwoordelijk (‘zorgdrager’ uit de archiefwet) voor het archiveren van de eigen informatie. Deze afhankelijkheid van informatie van andere bronhouders heeft ook implicaties voor het archiveren en schonen van informatie. Omdat de migratieketen op informatie sterk met elkaar verweven zijn, (het ‘dossier’ over één persoon ligt verspreid over meerdere ketenpartners) is het niet wenselijk dat iedere ketenpartner er eigen bewaar- en vernietigingstermijnen op nahoudt. Wanneer dit ongecoördineerd gebeurt kan het zijn dat een ketenpartner niet soepel en zorgvuldig verder kan werken omdat er stukken informatie ontbreken. Het streven is dat de ketenpartners gelijke vernietigingstermijnen gaan handhaven voor het opschonen van vreemdelingendossiers, met name de gestructureerde informatie. Archivering regelen we vooraf (‘archivering by design’); het archiveren en schonen van informatie is geïntegreerd in de processen vanaf het moment van creatie en metadatering tot aan schoning. Hierbij is het streven dat dit zo veel mogelijk geautomatiseerd gebeurt om de belasting voor de medewerker minimaal te houden. (Principle) De keten archiveert gecoördineerd Deze svg is op 07-06-2023 05:51:39 CEST gegenereerd door ArchiMedes™ © 2016-2023 ArchiXL. ArchiMedes 07-06-2023 05:51:39 CEST
Klik hier om deze view op ware grootte te tonen.
Klik hier om de technische details van deze view te tonen.
Legenda




   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

   
   

   
   
   
   
   
   

   
   
ArchiMate-view Overzicht Principes en Themas
Elementtype  : ArchiMateView
Element-id  : Id-68959f1f-6401-dd90-75ae-da63169b7943
ArchiMate-model  : MIRA-OP
Label  : Overzicht Principes en Themas
Elementen  : 
Relaties  : (Er is niets om te tonen.)


Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle elementen in deze view:

NaamTypeDefinitie of beschrijving
Elk gegeven heeft een verantwoordelijkePrincipleElk gegeven wordt geregistreerd door een ketenpartner van de keten. In principe diegene die een gegeven geregistreerd heeft de eigenaar van en verantwoordelijke voor dat gegeven en dus ook de enige organisatie die het mag aanpassen dan wel verwijderen. Is er twijfel aan de juistheid van een gegeven, dan moet er worden teruggemeld aan de eigenaar.

Uitzondering in de migratieketen zijn wellicht de identiteitsgegevens van een vreemdeling in de BVV. Zie aandachtspunt en verdere uitwerking in Informatiearchitectuur.

Verantwoordelijkheid voor een gegeven verandert niet wanneer het door een andere ketenpartner wordt gebruikt. Ook niet wanneer er op een gegeven is teruggemeld en wanneer het is gewijzigd. Soms is er echter sprake van een waarneming van een nieuw feit en dus een nieuw gegeven.

Een gegeven staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een administratie/registratie. Het is belangrijk om altijd te weten uit welke registratie een gegeven afkomstig is. En hoe de verantwoordelijkheden rondom die registratie zijn belegd. Dan zijn de verantwoordelijkheden voor het gegeven helder.
Thema 4: Van Keten naar informatieplatformGroupingIn de migratieketen wordt keteninformatievoorziening nog vaak benaderd als het automatiseren van een keten, een stroom van (papieren documenten met) gegevens die van de ene naar de andere ketenpartner gestuurd moesten worden.

Nu het digitaliseren van de bestaande papieren stromen wel min of meer bereikt is, is het tijd voor een volgende stap, waarin de keteninformatievoorziening (dwz. de ketenvoorzieningen en de informatieuitwisselingen) van de keten meer het karakter krijgt van een virtueel informatieplatform dat (gegevens)diensten biedt die ketenpartners kunnen gebruiken in het realiseren van de eigen processen, diensten en systemen. Door gebruik te maken van de diensten van dit virtuele informatieplatform, kunnen ketenpartners sneller en makkelijker systemen en processen realiseren.

Hierbij bedoelen we nadrukkelijk niet één technisch platform voor alle ketenpartners, maar een virtuele verzameling van gegevensdiensten die door de ketenvoorzieningen, ketenpartners en derden worden aangeboden. Door gebruik van moderne uitwisselingsstandaarden, maakt het niet meer uit waar de diensten gerealiseerd worden om ze gezamenlijk te kunnen gebruiken. Ook standaarden en voorzieningen op overheidsniveau bieden functies en standaarden die hergebruikt kunnen worden. Zie de standaardenlijst van het forum standaardisatie of de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).

Vanuit het perspectief van een ketenpartner verschuift het paradigma van de keteninformatievoorziening hiermee van het verplicht aansluiten op ketenvoorzieningen naar het verzamelen en aanbieden van functionaliteit en gegevens om op door te bouwen. Door als ketenpartner volgens dit paradigma te werken en daarmee gebruik te maken van generieke en elkaars gegevens, wordt ook, min of meer vanzelf, de samenwerking in de keten verbeterd.

De aandacht in de ketensamenwerking verschuift als gevolg van dit thema van het digitaliseren van gegevensstromen (per interactie gegevensstromen analyseren en digitaliseren) naar het standaardiseren van gegevens (proactief gegevens definiëren/standaardiseren en beschikbaar stellen aan ketenpartners).

Het doel ‘kostenefficiënte keteninformatisering’ heeft een andere kleur. Heel belangrijk, maar wellicht zo voor de hand liggend dat het niet rechtstreeks uit de gesprekken naar voren is gekomen.
De vreemdeling kan op uniforme digitale wijze de eigen persoonsgegevens in de keten inzien en verzoeken om deze te laten wijzigenPrincipleRelevante persoonsgegevens die in de keten vastgelegd en gebruikt worden zijn eenvoudig door de vreemdeling te vinden en over de keten heen op uniforme wijze in te zien. Dit zijn dezelfde gegevens als door de ketenpartners in de processen worden gebruikt.

De toegang tot de eigen persoonsgegevens vloeit voort uit het recht dat de vreemdeling ontleent aan artikel 15 van de AVG. Het is aan de ketenpartner om te bepalen welke persoonsgegevens relevant zijn om actief te ontsluiten naar de vreemdeling en welke opgevraagd moeten worden. Dit beredeneerd vanuit het perspectief van de vreemdeling.

Naast inzage heeft de vreemdeling ook het recht om een goed onderbouwd verzoek te doen om actuele gegevens te laten wijzigen. Dit verzoek moet worden behandeld door de ketenpartner die het gegeven heeft geregistreerd (NB En in het geval van gegevens die uit de BRP komen loopt dit via de desbetreffende gemeente). Tot slot heeft de vreemdeling recht om in te zien wie zijn of haar persoonsgegevens allemaal heeft ingezien en waarvoor.

In sommige situaties (opsporing, gedragsinformatie, etc.) worden er echter persoonsgegevens vastgelegd waarbij het niet opportuun of niet toegestaan (Zeker in de gevallen waarbij aan strafrecht wordt geraakt en de wet politiegegevens (Wpg) of de wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (wjsg) van toepassing kan zijn ipv. de Avg) is deze voor inzage ter beschikking te stellen.
Het beheersen van de wederzijdse afhankelijkheid is een gezamenlijke plichtPrincipleHoewel de migratieketen een ingeburgerd begrip is, zijn we een netwerk van onafhankelijke organisaties, elk verantwoordelijk voor hun eigen taken, doelen en bedrijfsprocessen. Wel werken we samen “in de keten”, maar het grootste deel van de verantwoordelijkheden, zo niet alle, ligt bij een aanwijsbare individuele organisaties. De keten levert ook geen diensten aan de vreemdeling. Dat doen de individuele ketenpartners.

Maar ook wanneer twee of meer ketenpartners samenwerken in een bedrijfsproces, betekent dat niet dat er een gedeelde verantwoordelijkheid is. Er altijd een aanwijsbare verantwoordelijke voor elk bedrijfsproces.

Het is wel de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle ketenpartners om goede afspraken te maken over de onderlinge afhankelijkheden tussen de bedrijfsprocessen. Hierbij moet worden gestreefd naar ‘minimale’, maar goed gedefinieerde wederzijdse afhankelijkheden, op basis van vooraf gestandaardiseerde diensten of gebeurtenissen. De bijdrage van de andere ketenpartner aan een bedrijfsproces kan bijvoorbeeld worden beschouwd en aangestuurd als het afnemen van een dienst. Of een gebeurtenis uit het een bedrijfsproces vormt een trigger voor een ander bedrijfsproces.

Hierdoor neemt de wendbaarheid en robuustheid van de keten toe.
De benodigde informatie is op het juiste moment beschikbaarPrincipleDoor adequaat gegevens te delen tussen ketenpartners, zorgen we dat de juiste gegevens op het juiste moment beschikbaar zijn en werken we één van de belangrijkste belemmeringen voor het gestroomlijnd kunnen samenwerken weg. Met ‘benodigd’ wordt bedoeld dat de op te vragen gegevens (aantoonbaar) benodigd zijn in het vragende proces; dat hiervoor doelbinding is vanuit het opvragende proces en dat er niet teveel en geen overbodige gegevens opgevraagd worden (dataminimalisatie). Met ‘het juiste moment’ wordt bedoeld dat de gegevens direct wanneer nodig opgevraagd kunnen worden bij een andere ketenpartner of ketenvoorziening. Dit stelt enerzijds eisen aan het mechanisme om gegevens uit te kunnen wisselen, maar vereist anderzijds ook een bredere verandering in de samenwerking, waarbij we in de keten toewerken naar gegevensdeling ‘by design’. Dit betekent dat we bij het realiseren van de opslag van relevante gegevens voor eigen gebruik direct al rekening houden met het toekomstig kunnen delen hiervan. Door deze gegevens goed te standaardiseren en beschrijven, zodat ze middels een catalogus naar de keten gepubliceerd kunnen worden, wordt de drempel voor het hergebruik van gegevens door andere ketenpartners binnen de keten (mits deze beschikken over de juiste doelbinding) verlaagd.
De keteninformatievoorziening wordt ontwikkeld in lijn met het breder Europees geheelPrincipleDe keteninformatievoorziening staat niet op zich, maar maakt deel uit van een breder Europees stelsel. Door dit Europese perspectief als uitgangspunt te nemen wordt samenwerking in Europa eenvoudiger en kost het implementeren van nieuwe wijzigingen minder inspanning. Dit betekent niet dat we alles kunnen of willen overnemen. Soms is koppelen door te ontkoppelen ook een goede strategie. Europa gaat bijvoorbeeld anders om met Identiteiten dan Nederland (Europa kent geen leidende identiteit).
De keten archiveert gecoördineerdPrincipleIedere ketenpartner is zelf verantwoordelijk (‘zorgdrager’ uit de archiefwet) voor het archiveren van de eigen informatie. Deze afhankelijkheid van informatie van andere bronhouders heeft ook implicaties voor het archiveren en schonen van informatie. Omdat de migratieketen op informatie sterk met elkaar verweven zijn, (het ‘dossier’ over één persoon ligt verspreid over meerdere ketenpartners) is het niet wenselijk dat iedere ketenpartner er eigen bewaar- en vernietigingstermijnen op nahoudt.

Wanneer dit ongecoördineerd gebeurt kan het zijn dat een ketenpartner niet soepel en zorgvuldig verder kan werken omdat er stukken informatie ontbreken. Het streven is dat de ketenpartners gelijke vernietigingstermijnen gaan handhaven voor het opschonen van vreemdelingendossiers, met name de gestructureerde informatie.

Archivering regelen we vooraf (‘archivering by design’); het archiveren en schonen van informatie is geïntegreerd in de processen vanaf het moment van creatie en metadatering tot aan schoning. Hierbij is het streven dat dit zo veel mogelijk geautomatiseerd gebeurt om de belasting voor de medewerker minimaal te houden.
Thema 3: Klaar voor Europese SamenwerkingGroupingDe “migratieketen” is gedefinieerd als een samenwerkingsverband van ketenpartners dat taken uitvoert in het kader van de vreemdelingenwet 2000. Deze nationale juridische kaders staan niet op zich, maar zijn en worden in toenemende mate onderdeel van een groter Europees stelsel met juridische kaders. Europese verordeningen en afspraken op het gebied van asiel, migratie en grenzen (en de doorwerking ervan in nationale wetgeving) worden steeds belangrijker. Denk aan het Migratiepact of de verordeningen onder Grenzen en Veiligheid (die verwerkt worden in de invoeringswet grenzen en veiligheid).

Dit heeft ook impact op de ketensamenwerking. De migratieketen is geen eiland op zich, maar staat steeds meer in verbinding met Europese systemen en Europese partners, meestal via Europese standaarden. Interoperabiliteit met Europa is dan ook een belangrijk thema voor de migratieketen in de komende jaren.

In het European Interoperability framework (EIF) zijn er 4 niveaus van interoperabiliteit: legal, organisational, semantic en technical interoperability. In deze ketenarchitectuur richten we ons met name op de semantische en technische interoperabiliteit met Europese standaarden en voorzieningen.
De keten meet wat nodig is voor sturing over de ketenPrincipleDit principe geeft aan dat er informatie vergaard en geaggregeerd wordt ten behoeve van de tactische- en strategische stuurinformatie voor de keten. Dit kent meerdere vormen. Het doel is de informatievoorziening ten behoeve van ketenbrede vraagstukken. Ketenpartners kunnen deze informatie ook gebruiken voor de sturing op de eigen bedrijfsprocessen.

Deze managementinformatie moet worden gegenereerd op basis van de gegevens uit de bronsystemen. Dit kan enerzijds in de vorm van enkele voorgedefiniëerde informatieproducten (op basis van de behoefte) en anderzijds door een omgeving met geanonimiseerde informatie (datawarehouse) waarmee maatwerk rapportages gemaakt kunnen worden.

Het is van belang dat de informatieproducten worden gemaakt op basis van gegevens die uit de bron betrokken worden, met zo weinig mogelijk, transparante bewerkingsslagen er tussen.

Ook voor het data warehouse is het werken volgens de geest van het principe ‘data bij de bron’ belangrijk; dwz. dat het warehouse word ingericht en gebruikt als ‘middel’ om de brongegevens te ontsluiten.

Omwille van privacy is sturingsinformatie niet herleidbaar naar natuurlijke personen. Tevens is het niet het doel om deze data in te zetten voor operationele doeleinden.
De keten maakt optimaal gebruik van overheidsbrede afspraken, standaarden en voorzieningenPrincipleDe migratieketen is geen eiland, maar speelt een rol in een breder netwerk van (overheids)partijen. Diverse partners uit de migratieketen maken deel uit van één of meerdere andere ketens. Binnen en buiten het justitiedomein. Daarom is het van belang dat overheidsbrede afspraken, standaarden en voorzieningen optimaal door de keten en de ketenpartners hierin hergebruikt worden. Deze afspraken, standaarden en voorzieningen zijn er niet voor niets. Het scheelt eigen beheer en verhoogt de interoperabiliteit buiten de keten en het vereenvoudigt het overleg tussen ketenpartners.
De keten hanteert een standaard uitwisselingsmechanismePrincipleGebruik van gegevens en functionaliteit in de keten geschiedt door een standaard uitwisselingsmechanisme en bijbehorende technologie. Bedoeld wordt een standaard uitwisselingsmechanisme in de breedste zin dus inclusief standaard mechanismes rondom de berichtuitwisseling, zoals authenticatie, reliable messaging.. Dit standaard uitwisselingsmechanisme moet kunnen werken met actuele gegevens direct uit de bron.
De vreemdeling kan op elk moment de eigen procedure(s) en bijhorende status digitaal inzienPrincipleDe migratieketen bestaat uit meerdere ketenpartners met allemaal hun eigen processen en procedures. Een vreemdeling kan op enig moment met meerdere ketenpartners te maken hebben. De informatievoorzieningen in de keten worden dusdanig ingericht dat de vreemdeling en de gemachtigde(n) te allen tijde kunnen zien in welke procedures de vreemdeling zich bevind en wat hiervan de status is.

Ook dit is een vorm van transparantie naar de vreemdeling. Vreemdelingen, met name diegenen die langere periode in Nederland verblijven, kunnen in een kluwen van processen zitten. Soms sequentieel, soms parallel met ook nog de mogelijkheid van rechtsmiddelen per procedure.

Naast de actuele status dient de vreemdeling ook terug te kunnen kijken naar de proces(stappen) die reeds zijn voltooid.
De keten werkt op basis van gestructureerde gegevens direct uit de bronPrincipleIn de keten werken we met actuele gegevens die direct uit de bron worden opgehaald (pull principe). Tenzij expliciet anders aangegeven (bv. bij het opvragen van historische gegevens), mag er vanuit worden gegaan dat alle gegevens actueel zijn. Gegevens die worden uitgewisseld zijn ook altijd gestructueerd; dwz. goed gedefinieerd (zie principe 5A) en getypeerd. De ketenpartner die een gegeven nodig heeft is verantwoordelijk voor het ophalen van het gegeven.
Thema 5: Gegevenshuishouding van de keten op ordeGroupingSamenwerken in de keten doen we primair langs de lijn van het uitwisselen van informatie, dwz. betekenisvolle gegevens. Het is belangrijk dat de basis hiervoor, een goede gegevenshuishouding, binnen de keten op orde is. Hierdoor is het duidelijk wie verantwoordelijk is voor welke gegevens; waar deze te halen zijn en wat de betekenis van deze gegevens is. De betekenis van de gegevens voor de andere ketenpartners is hiermee ook duidelijk en er kan dus worden gesproken over het delen van informatie.
De ketenvoorzieningen zijn modulair opgebouwd en hun rol en functie is duidelijkPrincipleIn de keten is het noodzakelijk om te weten welke functionaliteit en diensten door de ketenvoorzieningen geboden wordt. Tevens is het belangrijk dat deze voorzieningen goed zijn afgebakend, met helder doel en functie en scherp gedefinieerde koppelvlakken. Dit om te voorkomen dat de verschillende componenten te afhankelijk van elkaar worden en niet meer los aangepast of vervangen kunnen worden.
Thema 1: Transparantie voor de vreemdelingGroupingTransparantie is een belangrijk thema voor de hele (rijks)overheid. Denk aan de gevolgen van de Kinderopvangtoeslag affaire, De wet Open Overheid, project Informatiehuishouding Rijk en niet te vergeten de AVG. Ook voor de migratieketen is dit een belangrijk thema voor de komende jaren. In navolging van de burger, is het doel om ook de vreemdeling meer inzicht te geven in zijn gegevens en de status van zijn zaken.
Thema 2: Gestroomlijnd SamenwerkenGroupingDe migratieketen bestaat uit een aantal ketenpartners die elk hun eigen processen en deelprocessen uitvoeren voor de vreemdeling. Denk aan behandelen van een asielaanvraag door de IND; het uitvoeren van het I&R-(deel)proces door de Politie en het opvangen van asielzoekers door de COA. Zeker in de kleine keten, maar ook breder geldt dat deze processen vaak afhankelijk zijn van elkaar. Opvangsoort (POL, COL, AZC) verandert naar gelang de asielprocedure, een uitzetting kan soms pas doorgaan als de uitspraak door de Raad van State is geweest, als het identificatie & registratieproces stokt, dan stokt ook de verdere doorstroom in het asielproces en de opvang.

Het is een uitdaging om voldoende doorstroming (oftewel ‘flow’) in de keten te krijgen, zodat de vreemdelingen zonder opstopping door de verschillende processen ‘stromen’. Zo worden doorlooptijden verkort, gaat de doelmatigheid omhoog en de foutenlast omlaag. Met name in het asielproces, met variabele instroom en soms stokkende uitstroom is dit van belang. Dit is een bekend principe uit de logistiek, waarbij ‘tussenvoorraden’ tussen de verschillende (deel)processen worden voorkomen en er bijvoorbeeld met een “pull-systematiek” (“kanban”) in de keten wordt gewerkt. Met dien verstande dat we het hier wel over mensen hebben en de menselijke maat te allen tijde belangrijk blijft.

Deze ketenarchitectuur gaat echter niet over de bedrijfsvoering van de ketenpartners, maar over de samenwerking in de keten. Daarom kiezen we bij dit thema voor een meer decentrale insteek op basis van het delen van informatie. Deze vorm van regie past beter bij de inrichting en aansturing van de keten met daarin de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de ketenpartners. Door optimaal gegevens te delen tussen de ketenpartners over de (status van) processen en de vreemdelingen, ook op geaggregeerd niveau, werken we een van de belangrijkste belemmeringen om tot een goede flow in de keten te kunnen komen weg. Op de juiste manier acteren op deze informatie is dan een verantwoordelijkheid van de individuele ketenpartners zelf.

Het doel ‘Grip op migratie’ heeft een afwijkende kleur. Dit komt omdat deze niet rechtstreeks uit het overzicht van businessuitdagingen bij de ketenpartners, maar uit het regeerakkoord komt.
De keten maakt afspraken over de levenscyclus van de keteninformatiseringPrincipleDe door de ketenvoorzieningen aan ketenpartners aangeboden diensten vormen een soort menukaart die een ketenpartner op eigen tempo kan gebruiken in de eigen processen en systemen. Dit in eigen tempo kunnen aansluiten op de ketenvoorzieningen wordt ook gezien als één van de grootste succesfactoren in de huidige migratieketen. Eigen tempo is echter niet onbeperkt. Te lang wachten met migreren naar een nieuwe standaard of gebruik maken van nieuwe complexiteit vergroot de beheerlast voor de rest van de keten en de ketenvoorzieningen en hindert het adaptief vermogen. Uitgangspunt voor koppelvlakken is dus dat maximaal de huidige + de vorige versie (n-1) worden ondersteund. Dat er een termijn voor de ondersteuning van versie (n-1) wordt afgesproken. En dat ketenpartners bij het herzien van koppelingen of grote wijzigingen aan het systeem migreren naar de actuele versie.
De keteninformatievoorziening is robuustPrincipleIn een keten waarbij partijen samenwerken, kan een verstoring in een ketenvoorziening of in de informatieverstrekking door een ketenpartner een grote impact hebben op de andere partners in de keten. Dit kan nooit helemaal voorkomen worden. We moeten in de migratieketen echter proberen te voorkomen dat een verstoring in een ketenvoorziening of bij één bepaalde ketenpartner of ketenvoorziening impact heeft op alle ketenpartners en daarmee de hele keten stil legt. Het is dus nodig dit aspect mee te nemen in het ontwerp en inrichting van ketenvoorzieningen en informatie-uitwisselingen in de keten. Hierdoor zorgen we voor een robuuste keteninformatievoorziening.
De keten heeft het adaptief vermogen om in te spelen op (Europese) veranderingenPrincipleFlexibiliteit, wendbaarheid, adaptief vermogen: allemaal termen om aan te geven dat de keteninformatievoorziening voorbereid moet zijn op wijzigingen in processen, standaarden of systemen uit Europa.

Dit kan in de vorm van nieuwe verordeningen of nieuwe EU-databases, maar ook bv. door nieuwe bilaterale gegevensuitwisselingen in lidstaten. Of een ander gebruik van bestaande systemen of uitwisselingen voor een nieuwe beleidsprioriteit.

Uiteraard is het onmogelijk om op alles voorbereid zijn. Het is echter wel mogelijk om systemen zo te ontwerpen dat aanpassingen makkelijk gedaan kunnen worden (‘build for change’) en te zorgen dat ketensystemen actief onderhouden worden zodat dat wijzigingen vlot kunnen worden doorgevoerd, en niet eerst nog een technische schuld weggewerkt moet worden.

Hoewel dit de afgelopen jaren met name relevant is geworden in relatie tot de Europese ontwikkelingen is dit eveneens relevant voor wijzigingen die vanuit andere hoeken op de migratieketen af komen, denk hierbij aan onder andere de Nederlandse politiek en rechtspraak.
De keten sluit gestandaardiseerd aan op de Europese voorzieningenPrincipleAls keten sluiten we vanuit diverse bedrijfsprocessen bij de ketenpartners aan op Europese voorzieningen of andere landen. Het aansluiten via één centraal punt met helder gedefinieerde koppelvlakken is efficiënter qua tijd en kosten voor de gehele migratieketen en biedt andere voordelen door het centraliseren van transformatie, orkestratie en validatiefuncties. Ook at design-time, dwz. bij het opstellen van de specificaties en het implementeren van de voorzieningen participeren we als keten gecoördineerd en gestandaardiseerd: we spreken met één stem richting Europa en we sluiten op één manier aan.
De keten werkt met een uniform begrippenkaderPrincipleGegevens ontstaan in de context van een bedrijfsproces. Om hergebruik in de keten te bevorderen is het echter noodzakelijk dat deze gegevens gebruikt kunnen worden in andere bedrijfsprocessen, bij andere ketenpartners, dwz. in een heel andere context. Het is daarom noodzakelijk dat deze gegevens ‘as-is’ te gebruiken en begrijpen zijn. De betekenis dient dus op basis van de gegevens en het bijbehorende begrippenkader eenduidig te zijn. Uitgangspunt is proces-IT onafhankelijkheid van de ketenautomatisering.

Een uniform begrippenkader over de keten heen is hiervoor onontbeerlijk. Dit gaat verder dan een woordenlijst van de belangrijkste begrippen: ook de relaties tussen de begrippen moeten worden beschreven. Dit moet op verschillende lagen: van een conceptueel model op het hoogste niveau, waarmee mensen uit de business elkaar begrijpen tot fysieke gegevensmodellen, waaraan in iedere gegevensuitwisseling gerefereerd kan worden. Dit principe gaat over het geheel van deze modellen. Een effectief begrippenkader ontstaat alleen als aandacht is besteed aan de modellen op al deze niveaus.

Daarnaast is het essentieel dat er in de gegevensuitwisseling en systeemontwikkeling ook daadwerkelijk actief gebruik gemaakt wordt van dit uniforme begrippenkader.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 19 apr 2023 om 15:55.